E-PSYCHE: Wat NIET werkt bij Angst (en waarom mensen het toch blijven doen)
- davydemeersman1
- 17 dec 2025
- 4 minuten om te lezen
Angst is een van de meest voorkomende redenen waarom mensen hulp zoeken. Toch zien we in de praktijk steeds opnieuw hetzelfde patroon: mensen doen ontzettend hun best om van hun angst af te geraken, maar gebruiken strategieën die het probleem net in stand houden.
Dat is geen kwestie van onwil of van kwaad opzet. Integendeel. Veel van deze strategieën voelen logisch, geruststellend en zelfs noodzakelijk aan. Op korte termijn werken ze ook. Precies daarom zijn ze zo hardnekkig.
In deze blog lees je wat niet werkt bij angst, waarom deze aanpakken zo verleidelijk zijn, en hoe ze onbedoeld het angstsysteem toch blijven voeden.

Een angstreactie?
Angst ontstaat niet zomaar. Ze is het resultaat van een biologisch ingebouwd fight–flight–freeze-systeem: een automatisch overlevingsmechanisme dat voortdurend scant of er gevaar dreigt.
Wanneer dit systeem gevaar detecteert, terecht of onterecht, zet het het lichaam klaar om te vechten, te vluchten of te bevriezen. Dat gaat gepaard met lichamelijke sensaties zoals hartkloppingen, versnelde ademhaling, spanning en een verhoogde alertheid.
Bij angstproblemen is dit systeem vaak niet kapot, maar overgevoelig afgesteld. Het reageert sneller, heviger en vaker dan nodig. Wat volgt, zijn pogingen om dat alarmsysteem onder controle te krijgen. En precies daar loopt het vaak mis.
Wat NIET werkt bij angst: een aantal valkuilen
Vermijden van angst
Een van de meest voorkomende reacties op angst is vermijding.
Mensen gaan situaties, plaatsen, gedachten of lichamelijke sensaties uit de weg die angst oproepen. Dat levert vaak onmiddellijke opluchting op, aangezien het lichaam kalmeert, de spanning zakt en het gevaar lijkt geweken.
Psychologisch gezien leert het brein echter iets anders dan bedoeld. De boodschap is niet dat de situatie veilig was, maar dat vermijding nodig was om veilig te blijven. Het vertrouwen in het eigen kunnen neemt af, terwijl de angstige situatie steeds dreigender aanvoelt. Wat begint als een kleine aanpassing, kan geleidelijk uitmonden in een steeds beperktere leefwereld en een vermindert zelfvertrouwen dat je de angstgevende situatie aankan.
Voortdurend geruststelling zoeken
Naast vermijding zoeken veel mensen voortdurend geruststelling. Ze willen bevestigd krijgen dat hun angst ongegrond is, dat hun lichaam hen niet in de steek zal laten of dat ze geen controle zullen verliezen. Geruststelling werkt meestal, maar slechts tijdelijk. Na korte tijd keert de twijfel terug, vaak intenser dan ervoor.
Het onderliggende probleem is dat het brein leert dat onzekerheid gevaarlijk is en onmiddellijk moet worden opgelost. In plaats van tolerantie voor onzekerheid te ontwikkelen, wordt afhankelijkheid van bevestiging versterkt. Zo ontstaat een vicieuze cirkel waarin angst en geruststelling elkaar blijven afwisselen, hetgeen de angst niet oplost.
Afleiding als primaire strategie gebruiken
Afleiding wordt ook vaak toegepast om met angst om te gaan. Afleiding kan tijdelijk helpen, maar wanneer het de enige manier wordt om met angst om te gaan, blijft het probleem intact. Mensen zetten voortdurend muziek op, grijpen naar hun telefoon of houden zich extreem bezig om maar niets te voelen.
Het brein leert hierdoor dat angst niet verdragen kan worden en dat ze altijd weggewerkt moet worden. Zodra afleiding wegvalt, keert de angst vaak sterker terug. Afleiding kan ondersteunend zijn, maar mag niet structurele vermijding in de hand werken.
Wachten tot de angst weg is voor je weer leeft
Een subtielere, maar minstens even ingrijpende valkuil is het uitstellen van het leven tot de angst verdwenen is. Veel mensen denken, vaak onbewust, dat ze pas weer kunnen functioneren wanneer de angst onder controle is. In de praktijk gebeurt vaak het omgekeerde.
Hoe meer keuzes afhangen van de afwezigheid van angst, hoe centraler angst vaak wordt in het leven. Angst wordt de voorwaarde om te handelen, in plaats van een ervaring die naast het handelen mag bestaan. Psychologisch herstel betekent niet dat angst eerst volledig moet verdwijnen, maar dat gedrag zich niet langer laat sturen door angst.
Waarom doen mensen dit dan?
Deze strategieën zijn zo hardnekkig omdat ze allemaal werken op korte termijn. Ze verminderen spanning, geven een gevoel van controle en creëren tijdelijke veiligheid. Vanuit een onmiddellijk perspectief zijn ze dus logisch. Angst werkt echter niet volgens korte termijnlogica. Het leert via herhaling, voorspelling en vermijding. Wat vandaag oplucht, kan het systeem morgen gevoeliger maken.
Hoewel deze tekst focust op wat niet werkt bij angst, is het belangrijk om het bredere kader te benoemen. Effectieve behandeling richt zich niet op het wegduwen van angst, maar op het doorbreken van patronen die het alarmsysteem blijven activeren. Dat betekent leren omgaan met onzekerheid, vermijdingsgedrag geleidelijk verminderen en het vertrouwen in het eigen lichaam herstellen. Dit gebeurt stap voor stap, binnen een veilige therapeutische context.
Conclusie
Angst verdwijnt zelden door meer te controleren of alles te vermijden wat spanning oproept. Integendeel: precies deze strategieën houden het alarmsysteem actief en gevoelig. Wat niet werkt bij angst, voelt vaak het meest logisch en vanzelfsprekend. En net daarom is verandering vaak zo moeilijk zonder begeleiding.
Wie leert om anders met angst om te gaan, niet door ze weg te duwen, maar door het gedrag errond te veranderen, merkt dat angst geleidelijk haar centrale plaats verliest. Niet omdat ze volledig verdwijnt, maar omdat ze niet langer de regie voert.
Heb je begeleiding nodig? Wij bij E-PSYCHE staan klaar voor jou.


