ADHD en middelengebruik: waarom lopen mensen met ADHD een verhoogd risico?
- 7 jun
- 4 minuten om te lezen
ADHD wordt vaak geassocieerd met concentratieproblemen, impulsiviteit en hyperactiviteit.
Minder bekend is dat volwassenen met ADHD ook een verhoogd risico lopen op problematisch alcohol- en middelengebruik. Onderzoek toont aan dat mensen met ADHD vaker experimenteren met middelen en een grotere kans hebben om een middelenstoornis te ontwikkelen dan mensen zonder ADHD.
Maar waarom is dat zo? Is dit enkel het gevolg van impulsiviteit, of spelen er diepere neuropsychologische processen mee?
Lees meer!

ADHD en middelengebruik: het beloningssysteem van het brein
Om de link tussen ADHD en middelengebruik te begrijpen, is het belangrijk om stil te staan bij de werking van het beloningssysteem in het brein.
Binnen dit systeem speelt dopamine een centrale rol. Dopamine wordt vaak omschreven als een "geluksstofje", maar dat is een vereenvoudiging. In werkelijkheid speelt dopamine een belangrijke rol bij motivatie, leren, beloningsverwachting en doelgericht gedrag.
Bij mensen met ADHD zijn er aanwijzingen dat bepaalde dopaminerge netwerken in het brein anders functioneren dan bij mensen zonder ADHD. Dit kan zich uiten in moeilijkheden om motivatie vast te houden voor taken die weinig onmiddellijke beloning opleveren.
Tegelijkertijd ontstaat vaak een sterkere aantrekkingskracht tot activiteiten die snel een gevoel van beloning of stimulatie geven.
Middelen zoals alcohol, cannabis, nicotine en andere drugs beïnvloeden rechtstreeks deze beloningscircuits. Hierdoor kunnen zij tijdelijk gevoelens van ontspanning, rust of plezier versterken, wat voor sommige mensen met ADHD bijzonder aantrekkelijk kan zijn.
Zelfmedicatie: meer dan impulsiviteit alleen
Wanneer gesproken wordt over ADHD en middelengebruik, wordt impulsiviteit vaak als verklaring naar voren geschoven. Hoewel impulsiviteit zeker een rol speelt, is dit slechts een deel van het verhaal.
Veel volwassenen met ADHD beschrijven dat middelengebruik oorspronkelijk niet ontstond vanuit een zoektocht naar plezier, maar vanuit een poging om bepaalde klachten te verminderen.
Sommigen ervaren alcohol bijvoorbeeld als een manier om innerlijke onrust te verminderen of sociale spanning te verlagen. Anderen gebruiken cannabis om sneller in slaap te vallen, piekergedachten te verminderen of zich minder overprikkeld te voelen.
Vanuit psychologisch perspectief kan middelengebruik dan een vorm van zelfmedicatie worden. Het middel vervult een functie: het biedt tijdelijke verlichting van klachten die als moeilijk draagbaar worden ervaren.
Het probleem is echter dat deze verlichting meestal, jammer genoeg, van korte duur is.
Waarom alcohol en cannabis op lange termijn vaak averechts werken bij ADHD
Alcohol en cannabis kunnen op korte termijn subjectief als helpend worden ervaren. Op langere termijn zien we echter vaak het tegenovergestelde effect.
Alcohol vermindert de activiteit van de prefrontale cortex, een hersengebied dat betrokken is bij planning, impulscontrole en emotieregulatie. Hoewel dit tijdelijk kan aanvoelen als ontspanning, kan frequent gebruik leiden tot een verslechtering van deze executieve functies van het brein en ook de slaapkwaliteit.
Ook cannabis heeft effecten op hersengebieden en -netwerken die betrokken zijn bij aandacht, geheugen en motivatie. Vooral bij frequent gebruik worden problemen gezien op vlak van werkgeheugen, concentratie en cognitieve flexibiliteit.
Voor mensen met ADHD zijn dit net functies die vaak reeds kwetsbaar zijn. Hierdoor kan langdurig middelengebruik bestaande ADHD-klachten versterken in plaats van verminderen.
ADHD betekent niet automatisch verslaving
Het is belangrijk te benadrukken dat ADHD niet automatisch leidt tot problematisch middelengebruik.
De meerderheid van de mensen met ADHD ontwikkelt geen verslaving. Wel blijkt uit onderzoek dat ADHD een risicofactor vormt. Dat risico wordt bovendien beïnvloed door verschillende andere factoren, zoals genetische kwetsbaarheid, stress, traumatische ervaringen, sociale omgeving en bijkomende psychische klachten zoals angst of depressie.
Met andere woorden: ADHD verhoogt de kans op problemen, maar bepaalt niet het lot van een persoon.
De rol van behandeling
Een interessante bevinding uit wetenschappelijk onderzoek is dat een goede behandeling van ADHD mogelijk een beschermend effect kan hebben tegen problematisch middelengebruik.
Wanneer mensen beter begrijpen hoe ADHD hun functioneren beïnvloedt, leren omgaan met emotionele belasting en effectievere copingstrategieën ontwikkelen, vermindert vaak de noodzaak om verlichting te zoeken via middelen.
Daarom richt een goede behandeling zich niet enkel op symptomen zoals concentratieproblemen, maar ook op emotieregulatie, stressmanagement, zelfinzicht en het ontwikkelen van duurzame manieren om met moeilijke ervaringen om te gaan.
Conclusie
De relatie tussen ADHD en middelengebruik is complex. Hoewel impulsiviteit een rol speelt, ligt de verklaring veel dieper dan dat. Verschillen in beloningsverwerking, emotieregulatie, stressgevoeligheid en zelfmedicatie dragen allemaal bij aan het verhoogde risico.
Vanuit neuropsychologisch perspectief zijn middelen zoals alcohol en cannabis vaak niet zomaar een probleem op zich. Ze vervullen regelmatig een functie binnen het leven van de persoon die ze gebruikt. Begrijpen welke functie dat precies is, vormt vaak een belangrijke stap richting herstel.
Een beter begrip van ADHD, gecombineerd met een gepaste behandeling en effectieve copingstrategieën, kan helpen om deze vicieuze cirkel te doorbreken en opnieuw meer grip te krijgen op het dagelijks functioneren.
E-PSYCHE staat klaar voor jou.
Wij bij E-PSYCHE staan klaar voor jou.
Heb je de indruk dat je ADHD hebt zoals beschreven in de blogpost?
Kijk zeker eens hier op de website: ADHD diagnostiek volwassenen
Zou je graag therapie krijgen voor ADHD?
Kijk dan zeker eens hier op de website: Online gesprekstherapie
Wil je graag meteen een afspraak maken? Klik op de knop hieronder!
Bronnen
Barkley, R. A. (2015). Attention-Deficit Hyperactivity Disorder: A Handbook for Diagnosis and Treatment (4th ed.). Guilford Press.
Faraone, S. V., Biederman, J., & Mick, E. (2006). The age-dependent decline of attention deficit hyperactivity disorder: A meta-analysis of follow-up studies. Psychological Medicine, 36(2), 159–165.
Lee, S. S., Humphreys, K. L., Flory, K., Liu, R., & Glass, K. (2011). Prospective association of childhood ADHD and substance use and abuse/dependence: A meta-analytic review. Clinical Psychology Review, 31(3), 328–341.
Volkow, N. D., Wang, G. J., Newcorn, J., Kollins, S. H., Wigal, T. L., Telang, F., Fowler, J. S., Zhu, W., Logan, J., Ma, Y., Pradhan, K., Wong, C., & Swanson, J. M. (2011). Motivation deficit in ADHD is associated with dysfunction of the dopamine reward pathway. Molecular Psychiatry, 16(11), 1147–1154.
Wilens, T. E. (2007). The nature of the relationship between attention-deficit/hyperactivity disorder and substance use. Journal of Clinical Psychiatry, 68(Suppl 11), 4–8.


