ADHD en het brein: wat gebeurt er nu eigenlijk écht?
- 5 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 3 dagen geleden
Waarom voelt een ADHD-brein soms alsof het tegelijk op volle snelheid draait én vastloopt? Hoe verklaren we dit in het brein?
ADHD wordt nog te vaak herleid tot “snel afgeleid zijn” of “te veel energie hebben”. In werkelijkheid gaat ADHD veel dieper dan dat. ADHD is een neurodevelopmentele aandoening: een verschil in hoe bepaalde hersennetwerken zich ontwikkelen en functioneren.
En dat verschil merk je niet alleen in concentratie. Het beïnvloedt motivatie, emotieregulatie, tijdsbeleving, impulscontrole, slaap, stressgevoeligheid en zelfs hoe belonend dagelijkse taken aanvoelen.
De laatste twintig jaar heeft hersenonderzoek een steeds duidelijker beeld gegeven van wat er anders verloopt in ADHD-breinen. Lees meer!

Het ADHD-brein is geen ‘aandachtstekort’
De naam ADHD is eigenlijk misleidend. Veel mensen met ADHD kunnen namelijk urenlang gefocust zijn op iets dat hen écht interesseert. Denk aan gamen, muziek maken, een hyperfocus op een nieuw project of volledig verdwijnen in een onderwerp.
Het probleem is dus niet dat het brein geen aandacht kan geven.
Het probleem zit eerder in het reguleren van aandacht.
Een ADHD-brein heeft vaak moeite om aandacht flexibel te sturen naar taken die weinig onmiddellijke beloning, urgentie of emotionele prikkeling geven. Daarom kan iemand met ADHD bijvoorbeeld:
urenlang geconcentreerd een passie uitvoeren;
maar tegelijk moeite hebben om een simpele mail te beantwoorden;
deadlines uitstellen ondanks goede intenties;
constant afgeleid raken door gedachten, geluiden of impulsen;
zich overweldigd voelen door ogenschijnlijk kleine taken.
Dat lijkt van buitenaf soms tegenstrijdig of “lui”, maar neurologisch zit daar wel degelijk een verklaring achter.
Welke hersennetwerken verlopen anders bij ADHD?
ADHD draait niet om één enkel hersengebied. Moderne neuropsychologie kijkt steeds meer naar netwerken, oftewel systemen van hersengebieden die voortdurend met elkaar communiceren.
Bij ADHD lijken vooral drie grote netwerken anders te functioneren:
het executieve controlenetwerk;
het default mode network;
het salience network.
Die netwerken beïnvloeden aandacht, motivatie, emotieregulatie, impulscontrole en cognitieve flexibiliteit.
1. Het executieve controlenetwerk
Als eerste hebben we het executieve controlenetwerk. Dit netwerk omvat onder andere delen van de dorsolaterale prefrontale cortex en de pariëtale cortex.
Het speelt een belangrijke rol bij:
aandacht vasthouden;
planning;
werkgeheugen;
taakorganisatie;
inhibitie;
doelgericht gedrag.
Bij ADHD tonen fMRI-studies vaak een minder efficiënte activatie van dit netwerk.
Dat betekent niet dat het netwerk “niet werkt”, maar wel dat het meer moeite heeft om aandacht stabiel te houden wanneer taken weinig stimulerend zijn.
Praktisch vertaalt zich dat bijvoorbeeld naar:
moeite om een taak lang vol te houden;
sneller afgeleid raken;
moeilijkheden met multitasking;
vergeten wat iemand net van plan was;
problemen met taakinitiatie.
Voor veel volwassenen met ADHD voelt dit alsof hun brein constant moet “forceren” om mentaal online te blijven.
2. Het default mode network (DMN)
Het tweede netwerk is het default mode network (DMN). Het default mode network is actief wanneer het brein niet gefocust is op een externe taak, oftewel rust ervaart.
Dit netwerk wordt geassocieerd met:
dagdromen;
interne gedachten;
zelfreflectie;
mentale simulatie;
spontaan denken.
Normaal gezien vermindert de activiteit van dit netwerk wanneer iemand zich op een taak moet concentreren, maar Bij ADHD lijkt die “uitschakeling” minder efficiënt te verlopen. Daardoor kunnen interne gedachten blijven concurreren met externe aandacht.
Dat helpt dus ook verklaren waarom veel mensen met ADHD beschrijven dat:
hun gedachten constant doorgaan;
hun aandacht plots intern wegdrijft;
ze een gesprek volgen maar tegelijk in hun hoofd verdwijnen;
mentale rust moeilijk bereikbaar voelt.
Sommige onderzoekers noemen ADHD daarom soms een stoornis van aandachtsschakeling eerder dan puur aandachtstekort.
3. Het salience network
Ten slotte hebben we het salience network. Het salience network helpt het brein bepalen welke informatie op dit moment belangrijk is. Belangrijke regio’s hierin zijn onder andere de anterior cingulate cortex en de insula.
Dit netwerk helpt normaal gezien schakelen tussen interne focus (DMN) en externe taakgerichte focus, maar bij ADHD lijkt die filtering minder consistent te verlopen.
Daardoor kunnen:
irrelevante prikkels meer aandacht trekken;
emoties sneller dominant worden;
motivatie sterk afhankelijk zijn van interesse;
prioriteiten moeilijker gefilterd worden.
Dat verklaart deels waarom iemand met ADHD soms extreem gefocust kan zijn op iets interessants, maar tegelijk moeite heeft om banale administratieve taken te starten.
Dopamine speelt een centrale rol
Hiernaast speelt de neurotransmitter dopamine een grote rol. Een van de meest onderzochte systemen bij ADHD is dan ook het dopaminesysteem.
Dopamine is een neurotransmitter die betrokken is bij motivatie, beloning, aandacht en doelgericht gedrag.
Bij ADHD zien onderzoekers verschillen in hoe dopamine wordt gereguleerd en gebruikt in bepaalde hersengebieden en dat heeft belangrijke gevolgen. Taken die weinig interessant, nieuw of urgent aanvoelen, activeren het beloningssysteem minder sterk.
Daardoor voelt het starten van die taken letterlijk moeilijker aan.
Dit verklaart waarom veel mensen met ADHD zeggen: “Ik weet perfect wat ik moet doen, maar ik krijg mezelf er gewoon niet toe aangezet.”
Die ervaring wordt vaak fout geïnterpreteerd als gebrek aan discipline, terwijl onderzoek eerder wijst op moeilijkheden in executieve functies en motivatiecircuits.
ADHD betekent niet minder intelligentie
Dit blijft belangrijk om expliciet te zeggen: ADHD heeft niets te maken met intelligentieniveau.
Veel mensen met ADHD zijn creatief, analytisch, innovatief en sterk in probleemoplossend denken. Sommige studies suggereren zelfs dat ADHD gepaard kan gaan met hogere cognitieve flexibiliteit in bepaalde contexten.
Conclusie
ADHD is geen eenvoudig probleem van “te weinig aandacht”. Moderne neuropsychologie toont steeds duidelijker dat ADHD gepaard gaat met verschillen in hoe hersennetwerken communiceren, hoe motivatie wordt gereguleerd en hoe aandacht, emoties en prikkels worden verwerkt. Netwerken zoals het executieve controlenetwerk, het default mode network en het salience network spelen hierbij een belangrijke rol. Daarnaast beïnvloeden verschillen in dopaminerge systemen onder andere motivatie, taakinitiatie en beloningsverwerking.
Dat verklaart waarom ADHD vaak veel complexer aanvoelt dan het stereotype van “druk” of “ongeconcentreerd” zijn.
Bronnen
American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5-TR). Washington, DC.
Arnsten, A. F. T. (2009). The Emerging Neurobiology of Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Journal of Clinical Psychiatry.
Barkley, R. A. (2015). Attention-Deficit Hyperactivity Disorder: A Handbook for Diagnosis and Treatment.
Cortese, S. et al. (2021). Neurobiology of ADHD. The Lancet Psychiatry.
Faraone, S. V. & Banaschewski, T. et al. (2021). The World Federation of ADHD International Consensus Statement. Neuroscience & Biobehavioral Reviews.
Volkow, N. D. et al. (2009). Motivation Deficit in ADHD Is Associated with Dysfunction of the Dopamine Reward Pathway. Molecular Psychiatry.
E-PSYCHE staat klaar voor jou.
Wij bij E-PSYCHE staan klaar voor jou.
Heb je de indruk dat je ADHD hebt zoals beschreven in de blogpost?
Kijk zeker eens hier op de website: ADHD diagnostiek volwassenen
Zou je graag therapie krijgen voor ADHD?
Kijk dan zeker eens hier op de website: Online gesprekstherapie
Wil je graag meteen een afspraak maken? Klik op de knop hieronder!